Foto: Auke Jongbloed (FreeImages)

50PLUS wil verdere stappen in de aanpak van belastingontwijking door multinationals. Vooral maatregelen genomen in een breed internationaal verband zetten echt zoden aan de dijk.

Nederland heeft haar positie om fiscaal aantrekkelijk te zijn voor multinationals altijd optimaal uitgebuit. “Nederland was één van de meest brutale cowboys in tijden die we nu zouden kenmerken als ‘het wilde westen’”, zei Martin van Rooijen in een debat over belastingafspraken met multinationals. Maar de wereld is echt aan het veranderen en 50PLUS staat volledig achter de afdwingbare internationale afspraken, stelde het Kamerlid.


Zoden aan de dijk

50PLUS wil verdere stappen in de aanpak van belastingontwijking door multinationals. “En het is te makkelijk om elke vooruitgang afhankelijk te maken van de internationale context”, zei Martin van Rooijen. Volgens het Kamerlid van 50PLUS is uit de praktijk van de afgelopen decennia gebleken dat vooral maatregelen die genomen zijn in een breed internationaal verband echt zoden aan de dijk zetten.


Game changers

Enkele grote stappen, de ‘game changers’, moeten uiteindelijk leiden tot meer fiscale transparantie. “Zodat multinationale ondernemingen hun ‘fair share’ aan belastingen afdragen”, stelde Van Rooijen. En ook ‘op nationaal niveau kan nog veel gedaan worden om de vennootschapsbelasting transparanter in te richten en minder gevoelig te maken voor ontwijking en ontduiking’. •••

De volledige inbreng van Kamerlid Martin van Rooijen bij het debat over belastingafspraken met multinationals:

“Staatssecretaris Wiebes heeft het zeker niet gemakkelijk dit jaar, zeg ik met een bepaald gevoel voor understatement. Mijn fractie heeft met grote belangstelling kennisgenomen van de veelbesproken notitie APA-ATR-praktijk, de actualisatie daarvan, de uitgebreide brief,  de relevante beleidsbesluiten, de voorbeelden én het verslag van de onderzoekgroep, als reactie op de verzoeken van de Kamerleden Leijten en Omtzigt. Wat 50PLUS betreft heeft de staatssecretaris hiermee, binnen de ruimte die hij in dit kader heeft, royaal voldaan aan de verzoeken om extra informatie. Er zit in de fiscaliteit ook een grens aan wat je met goed fatsoen allemaal kunt delen en vrijgeven. 


Fiscale aantrekkelijkheid

In grensoverschrijdende situaties worden vooral de hybride mismatches, CV/BV-constructies en informeel kapitaal-situaties geduid als belastingontwijking. Sinds het verschijnen van de vorige notitie uit 2015, die we overigens pas dit jaar hebben ontvangen, is echter een groot aantal maatregelen genomen die de fiscale aantrekkelijkheid van deze verschijningsvormen wegneemt, zo stelt de staatssecretaris. Bij de andere verschijningsvormen gaat het ‘dominant’ om zekerheid vooraf en daar is de staatssecretaris ook heel stellig over: “Zekerheid vooraf geeft geen andere uitkomst dan zekerheid achteraf”. Met name dit laatste is voor mijn fractie essentieel. Het is voor ons de toetssteen, de belangrijkste kritische factor, bij het bepalen van ons standpunt omtrent de praktijk van belastingafspraken met multinationals.


Draagvlak

Het grootste risico van de rulingpraktijk is wat 50PLUS betreft het feit dat het een zuivere belastingmoraal ondermijnt in de ogen van veel burgers en kleine ondernemers. Dat is onze tip aan de staatssecretaris: Hoe beter hij erin slaagt om aan te tonen dat ‘zekerheid vooraf’ onderaan de streep niets uitmaakt, des te groter het draagvlak voor een rulingpraktijk zal zijn.


Positie uitgebuit

Het moge duidelijk zijn: Nederland heeft haar positie altijd optimaal uitgebuit. In tijden die we nu zouden kenmerken als ‘het wilde westen’ was Nederland één van de meest brutale cowboys. Daar begint ook het goede nieuws: de wereld is namelijk echt aan het veranderen. De vrijblijvende afweging t.a.v. belastingrulings wordt steeds minder vrijblijvend. De fractie van 50PLUS staat volledig achter de afdwingbare internationale afspraken, zoals anti-misbruikwetgeving, country by country reporting op basis van automatische gegevensuitwisseling. Ook de ontwikkeling van een multilateraal instrument (MLI) om op efficiënte wijze belastingverdragen aan te passen aan nieuwe OESO-standaarden kan op onze instemming rekenen. Dat zijn de grote stappen, de ‘game changers’, die uiteindelijk moeten leiden tot meer fiscale transparantie, zodat multinationale ondernemingen hun fair share aan belastingen afdragen. Staatssecretaris Wiebes stelt dit ook in zijn brief van 23 mei: “Internationale belastingontwijking is niet toe te rekenen aan het belastingsysteem van één land, dus ook niet specifiek aan de Nederlandse wet- en regelgeving”.


Geen schoonheidsprijs

Het verdient zeker geen schoonheidsprijs dat Nederland en ook andere landen tot het laatst mogelijke moment hebben vastgehouden aan het niet of beperkt delen van informatie. Het getuigt ook niet van de voortrekkersrol die sommigen in dit huis wellicht hadden verwacht. Moeten we het dan maar beschouwen als de laatste stuiptrekkingen van die ‘brutale cowboy uit het wilde westen’?, zo vraag ik staatssecretaris Wiebes.


Aanpak van belastingontwijking

Wat 50PLUS betreft zetten we verdere stappen in de aanpak van belastingontwijking door multinationals. En het is te makkelijk om elke vooruitgang afhankelijk te maken van de  internationale context. De vraag die wij onszelf daarbij echter wel stellen is: ‘wat is de beste route?’. De praktijk van de afgelopen decennia laat zien dat het vooral de maatregelen zijn in een breed internationaal verband (OESO) die ook echt zoden aan de dijk zetten. Al dan niet overgenomen of nog versterkt door inspanningen op Europees niveau. Maar wij zien dat ook op nationaal niveau nog veel gedaan kan worden om de vennootschapsbelasting transparanter in te richten en minder gevoelig te maken voor ontwijking en ontduiking. Daarnaast zijn wij ook zeer verheugd met de strenge visie van de nieuwe Directeur Generaal Belastingdienst Jaap Uijlenbroek. Volgens hem moet het toezichtsysteem waarbij de Belastingdienst bedrijven controleert op basis van vertrouwen op de schop. Dat laatste heeft weliswaar geen directe betrekking op de rulingpraktijk maar het ademt wel de juiste sfeer uit. Governance doet er toe. De heer Uijlenbroek lijkt de tijdgeest veel beter aan te voelen dan zijn voorganger. Dat geeft ons de overtuiging dat we op dit dossier weliswaar nog lang niet zijn waar we willen zijn maar het valt ook niet te ontkennen dat we de goede kant op gaan.”

© 1 juni 2017