Ook met het ratificeren van het Verdrag en het aannemen van de uitvoeringswet krijgen wij niet de garantie dat de daders voor het neerhalen van de Malaysia Airlines vlucht MH17 op 17 juli 2014 hun gerechtvaardigde straf zullen ondergaan, zei 50PLUS-Eerste Kamerlid Martine Baay dinsdag 10 juli in de Senaat.

Daarom vroeg zij namens haar fractie nogmaals de bevestiging van de minister dat Nederland zich tot het uiterste blijft inspannen om tot daadwerkelijke vervolging en berechtiging van verdachten over te gaan. “Dit houdt ook in dat een internationale oplossing moet worden gezocht om mogelijke Russische verdachten uiteindelijk ook voor de Nederlandse rechter te brengen. Immers, ook Rusland levert geen eigen onderdanen uit”, tekende zij daarbij aan.

Vorig jaar september werd besloten, met instemming van de landen uit het Joint Investigation Team (JIT),  om de verdachten van de aanslag op de MH17 in Nederland te vervolgen en te berechten volgens de regels van het Nederlands strafprocesrecht. De Eerste Kamer behandelde 10 juli de daaruit voortvloeiende twee wetsvoorstellen.

Dat zijn de goedkeuring van het Verdrag tussen Nederland en Oekraïne inzake de internationale juridische samenwerking en de daarbij behorende uitvoeringswet.

Beide wetsvoorstellen zijn met algemene stemmen aangenomen in de Tweede Kamer. Dat zegt volgens Martine Baay iets over de gezamenlijke politieke wil om eensgezind en vastbesloten al datgene te doen waardoor uiteindelijk de schuldigen voor de Nederlandse rechter komen te staan.

In haar betoog in de Senaat stelde Martine Baay talrijke vragen aan de minister. Lees HIER haar complete tekst.

© 10 juli 2018


Wilt u op de hoogte blijven?

Close

Like ons dan op Facebook!