In de wijkverpleging zijn diverse ‘uitdagingen’ die zorgen baren, zoals het tekort aan personeel, het groeiend aantal zzp’ers en de verplichte registratie voor zorgverleners. “De administratieve lasten blijken een veelkoppig monster”, zei Kamerlid Simon Geleijnse. 

Rapportage zorg - Foto: Rawpixel (Unsplash)

Voorafgaand aan het overleg in de Tweede Kamer over de wijkverpleging sprak Simon Geleijnse met wijkverpleegkundige Helma en projectmanager thuiszorg Tamara. “Ik hoorde dat het tekort aan medewerkers binnen de wijkverpleging ook één van hun grootste zorgen is”, vertelt het Kamerlid van 50PLUS. De wijkverplegers kampen dagelijks met vragen als ‘Hoe krijg ik de roosters rond?’ en ‘Hoe zorg ik dat eenieder die zorg nodig heeft die ook krijgt?’ 

Groeiend aantal zzp’ers

Een andere uitdaging binnen de wijkverpleging die zorgen baart is het groeiend aantal zzp’ers die instellingen nodig hebben om de zorg te verlenen, hoorde Simon van de twee specialisten waarmee hij sprak. “Ze vertelden over collega’s die eerst in dienst waren, uit dienst traden en vervolgens als zzp’er aan de slag gingen. Men heeft dan weliswaar meer regie over het aantal uren, werkdagen en inkomen, maar vaak zonder goede voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid en pensioen.”

Veelkoppig monster

Binnen de wijkverpleging blijven registratie en administratieve lasten een probleem. “Een probleem dat met het afschaffen van de 5-minutenregistratie nog niet is opgelost; het blijkt een veelkoppig monster”, zei Kamerlid Geleijnse.  “Nog steeds moet er zeer veel en nauwkeurig geregistreerd worden om de zorgverzekeraar tevreden te houden. Er lijkt geen sprake van vertrouwen.”  De beroepsvereniging van verzorgenden en verpleegkundigen V&VN spreekt over tot 30 procent van de tijd die ze niet aan zorg kunnen besteden. “In gesprekken horen wij vaak ook percentages van wel 40 procent”, gaf Simon Geleijnse aan. 

Vertrouwen in elkaar

Het Kamerlid van 50PLUS vroeg aan minister De Jonge een pilot op te zetten waarin de administratieve lasten het hoofd worden geboden. “Een pilot waar vertrouwen in elkaar het uitgangspunt is. Gun één of meer instellingen zo’n kans. Laten we het gewoon proberen!”, aldus Simon Geleijnse.


De volledige inbreng van Kamerlid Simon Geleijnse bij het algemeen overleg Wijkverpleging met Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport:

“Op dit moment, nu wij vergaderen, verlenen vele medewerkers in de wijkverpleging zorg aan al die mensen in de wijken van ons land. En ik wil beginnen om onze waardering uit te spreken voor al hun werk.

Een grote zorg van 50PLUS is het tekort aan medewerkers binnen de wijkverpleging. Die tekorten zijn hier al vaker besproken, maar ook vandaag moeten we hier aandacht voor vragen. Kan de minister de huidige stand van zaken binnen de wijkverpleging aangeven? En kan hij aangeven hoeveel mensen die nu zorg nodig hebben dit niet krijgen vanwege een tekort aan medewerkers? En tot welk niveau vindt de minister dit aanvaardbaar?

In een gesprek met Helma –wijkverpleegkundige – en Tamara – projectmanager thuiszorg – werd duidelijk dat het tekort ook één van hun grootste zorgen is, met alle gevolgen van dien. Hoe krijg ik de roosters rond en hoe zorg ik dat een ieder die zorg nodig heeft dat ook krijgt. Het is telkens weer een enorme uitdaging. Maar ook een andere ontwikkeling baart hen zorgen: het groeiend aantal zzp’ers die instellingen nodig hebben om de zorg te verlenen. En dan gaat het soms ook om collega’s die eerst in dienst waren, uit dienst treden en dan als zzp’er aan de slag gaan. Men heeft dan meer regie over het aantal uren, werkdagen en inkomen, maar vaak zonder goede voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid en pensioen, zeg ik als echte 50PLUS’er. Ik begrijp de overwegingen aan de ene kant, en uiteraard is er een rol weggelegd voor de werkgever en bij onplanbare zorg  is een zzp’er soms ook echt een uitkomst.
 
Aan de andere kant is deze ontwikkeling wat 50PLUS betreft zorgwekkend en eigenlijk ook ongewenst.  Voor zowel de instellingen als de betrokken zzp’er zijn er nadelen aan verbonden. Deelt de minister deze visie en hoe kunnen we dit tij keren?

Kan de minister een toelichting geven op de meest recente ontwikkeling van het aantal zij-instromers binnen de wijkverpleging? Krijgen 50-plussers die graag in de zorg willen gaan werken ook echt de kans dit te realiseren?

Uit onderzoek van de FNV bleek onlangs dat de helft van de medewerkers in de thuiszorg niet toekomt aan de verplichte lunch- en koffiepauze en dat reistijd vaak niet wordt vergoed. Een ongewenste situatie! Hierover heb ik al schriftelijke vragen ingediend, maar wellicht kan de minister hier vandaag al reageren.

Hoewel de 5-minutenregistratie is afgeschaft, is het probleem van deze registratie en andere administratieve lasten niet opgelost. Het blijkt een veelkoppig monster. Nog steeds moet er zeer veel en nauwkeurig geregistreerd worden om de zorgverzekeraar tevreden te houden. Er lijkt geen sprake van vertrouwen. V&VN spreekt over tot 30% van de tijd die ze niet aan zorg kunnen besteden, in gesprekken horen wij ook percentages van wel 40%.

50PLUS vraagt de minister: kan dit echt niet anders? Ik weet dat er allerlei plannen zijn, allerlei initiatieven en dat er hier al vaak over is gesproken, maar het probleem is er nog steeds. Ik vraag me af of een pilot zinvol kan zijn. Een pilot waar vertrouwen in elkaar het uitgangspunt is. Gun één of meer instellingen zo’n kans. Laten we het gewoon proberen.

Daarnaast sluiten we ons aan bij de vraag van Per Saldo: kan de minister ervoor zorgen dat de 5-minutenregistratie bij het pgb wordt  afgeschaft?

Voorzitter, we hoorden een voorbeeld van een 94-jarige cliënt die al jaren zorg ontvangt van dezelfde wijkverpleegkundige. De wijkverpleegkundige kent deze cliënt door en door en weet wat er nodig is en wil een voorziening aanvragen uit de WMO. Daar is dan helaas een onbekende kracht voor nodig, vanuit de gemeente, die daarover moet oordelen. Waarom toch?, vraag ik de minister. Waarom mag de wijkverpleegkundige dit in zo’n situatie niet doen? We zadelen cliënten nu op met weer nieuwe gezichten en men moet opnieuw hun ziel en zaligheid op tafel leggen. Met in dit geval als uiteindelijk resultaat een afwijzing en een zoektocht naar een vrijwilliger. Dat moeten we met elkaar toch op een andere wijze willen en kunnen regelen?

Tot slot voorzitter, naar aanleiding van de HHM-rapportage: bij welk percentage ‘van mensen die gebruik maken van casemanagement bij dementie’ is de minister tevreden?”
 
© 14 november 2018