De meeste ouderen in ons land hebben het gelukkig goed. Maar ouderen met uitsluitend AOW die hulp en extra zorg nodig hebben kunnen zelfs geen fatsoenlijke warme maaltijd betalen, stellen Corrie van Brenk en Hans van Dijk.

Foto: geralt (Pixabay)

Armoede onder ouderen komt in Nederland gelukkig weinig voor. Volgens het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) leeft slechts 3 procent van onze ouderen onder de armoedegrens. Dat is mede te danken aan de onvolprezen AOW. Ons ‘staatspensioen’ verschaft in principe alle ouderen een soort basisinkomen.

Ouderen die van alleen AOW moeten rondkomen – naar schatting een kleine half miljoen mensen – hebben het niet breed. Zolang ze gezond zijn en in een normaal huis wonen, moeten ze het met wat Hollandse zuinigheid kunnen redden. Maar voor een groeiende groep ouderen met uitsluitend AOW wordt rondkomen moeilijk of ronduit onmogelijk, zo horen we steeds vaker van cliëntondersteuners en anderen uit het veld.

De groep waar we ons vooral grote zorgen over maken zijn de kwetsbare ouderen. Mensen die vanwege hun leeftijd of gezondheid al verhuisd zijn naar een (meestal fors duurdere) aangepaste woning of een woonzorgcentrum en die niet meer in staat zijn om volledig zelfstandig te wonen. De groep die tot enkele jaren geleden nog terecht kon in een verzorgingshuis, kortom.
 
Een plekje in een verzorgingshuis was voor hen eigenlijk ideaal. Ze hadden een dak boven hun hoofd, kregen dagelijks een warme maaltijd en mochten bovendien nog een aardig deel van hun AOW houden als zakgeld en voor persoonlijke verzorging. Anno 2019 is het voor velen van deze groep ouderen armoe troef. Echte bittere armoede.

Kwetsbare alleenstaande ouderen met alleen AOW komen maandelijks zo’n 200 euro tekort als ze bijvoorbeeld dagelijks een maaltijd van 8 euro willen en ook de was moeten laten doen. Echtparen of samenwonenden komen dan zelfs zo’n 400 euro per maand tekort, zo becijferen deskundigen. Zelfs als ze optimaal gebruik zouden maken van de zeer beperkte aanvullende minimavoorzieningen op gemeentelijk niveau komen ze met geen mogelijkheid meer rond. Het gevolg is dat veel van deze ouderen vereenzamen en bezuinigen op zaken waar eigenlijk niet op te bezuinigen valt, zoals één fatsoenlijke warme maaltijd per dag.

Feitelijk leven deze mensen door hun relatief hoge uitgaven voor wonen, zorg en ondersteuning tot hun dood onder de bijstandsgrens. Dat is natuurlijk onaanvaardbaar. Daarom roepen we de ministers van Sociale Zaken en Volksgezondheid op om spoedig onderzoek te doen naar de ernst en omvang van dit probleem. En vooral om er snel iets aan te doen!

Want steeds meer kwetsbare ouderen komen in de problemen door de bewust gecreëerde kloof tussen thuis wonen en het alleen nog voor de zwaarste gevallen toegankelijke verpleeghuis.

Laten wij ervoor zorgen dat deze mensen hun levensavond niet in financiële ellende hoeven door te brengen!

Corrie van Brenk, Tweede Kamerlid 50PLUS
Hans van Dijk, cliëntondersteuner en voormalig wethouder

© 18 februari 2019 - Opiniestuk in het AD en diverse regionale kranten