Geert DalesVoorzitter van een politieke partij zijn is geen ‘treurig ambt’, zoals in Trouw werd geciteerd. “Het is een invloedrijke positie in het democratisch proces”, stelt Geert Dales, voorzitter van 50PLUS.

In de politiek is er geen treuriger ambt dan dat van partijvoorzitter, meldde dagblad Trouw eind oktober. In Nederland mag een partijvoorzitter maar weinig. “Hij of zij mag niet tegelijk ook de politieke leider zijn, niet in de Tweede Kamer zitten, zich liever niet teveel bemoeien met de koers, en moet zichzelf vooral buiten de schijnwerpers houden”, schetst Trouw. Maar een partijvoorzitter is wél de Kop van Jut, als het zo uitkomt, aldus de ochtendkrant. Geert Dales, voorzitter van 50PLUS, vindt het ‘een kletsverhaal’. Lees hieronder zijn commentaar op het stuk in Trouw, dat het dagblad vandaag in engiszins verkorte vorm publiceerde.

De partijvoorzitter is aanjager, speurneus, stimulator, demper, praatpaal, inspirator, doorgever en tegenhouder tegelijk


Partijvoorzitter is een prachtfunctie die je in het centrum brengt van het democratisch proces. Waar beroepspolitici en vrijwilligers samen bezig zijn hun gedeelde idealen te verwezenlijken. Waar perspectiefrijke ambities worden geïdentificeerd en tot bloei gebracht en overmoed wordt getraceerd en afgevoerd. Waar idealen worden verwoord tot bruikbare kaders en volksvertegenwoordigers aangemoedigd die tot leven te brengen. De partijvoorzitter is aanjager, speurneus, stimulator, demper, praatpaal, inspirator, doorgever en tegenhouder tegelijk. Het is een functie die veel energie, inzet, tijd en incasseringsvermogen vergt, maar ruimschoots kansen biedt om in het democratisch proces een stevige vingerafdruk achter te laten.

Ik was gemeenteraadslid, fractievoorzitter, wethouder, locoburgemeester en burgemeester, maar nooit eerder partijvoorzitter. Tot ik dat medio 2018 werd van het enigszins in ongerede geraakte 50PLUS. Geen dag heb ik mij herkend in de kwalificatie van Joop van den Berg geciteerd in Trouw als ‘het treurigste ambt in de politiek’. Kennelijk hebben de dienstauto’s van de VNG-hoofddirectie, de bankjes van de Eerste Kamer en de toga van zijn hoogleraarschap hem tot een staat van nuffigheid gebracht waarin hij niet meer ziet dat politiek gewoon handwerk is van gemotiveerde idealisten die er – zonder na te denken over tegenprestaties, geld of andersoortig quid pro quo – gein in hebben om een belangrijk instrument in het democratisch proces als een politieke partij in goede banen te leiden.

Trouw verwijst naar drie mislukte partijvoorzitters, waarvan twee van de PvdA. Daar staat een veelvoud aan eclatante succesnummers tegenover. Piet Steenkamp, die de fusie van KVP, ARP en CHU tot CDA tot stand bracht en daarmee een enorme invloed in de Nederlandse politiek verwierf.  Jan Marijnissen, wiens belang voor de SP, wat je er verder ook van mag denken, niet overschat kan worden. Jan van Zanen die in de strijd tussen Mark Rutte en Rita Verdonk de VVD op de been hield. Liliane Ploumen, die vijf jaar lang rust in een woelige PvdA wist te brengen. De lijst kan moeiteloos uitgebreid worden met voorbeelden van succesvolle voorzitters die op een of andere manier sporen van belang hebben nagelaten. Niet te vergeten Jan Nagel, mijn voor-voorganger als voorzitter van 50PLUS, die de partij oprichtte, tot bloei bracht en daarmee in hoge mate bijdroeg aan een betere belangenbehartiging van ouderen in Nederland. Ik weet dat ook Jan Nagel zich geen dag heeft herkend in de kwalificatie van Joop van den Berg. 

Ik ben nu anderhalf jaar voorzitter van 50PLUS. Het oordeel over mijn functioneren is aan de leden, maar ik denk dat ik verandering heb gebracht. Dat werkt door in het democratisch proces. Dat is geen ‘treurige bezigheid’, dat is een relevante activiteit. De 50PLUS-partijvoorzitter doet zijn werk ongehonoreerd. Als het zo treurig was als Joop van den Berg en Trouw menen, had ik al lang de benen genomen. Maar dat doe ik niet want het is veel te leuk, interessant en belangrijk. Ik kan het iedereen aanraden om partijvoorzitter te worden!

Geert Dales

 

© 7 november 2019