Tijdens een debat met minister Koolmees (D66) van Financiën zei Kamerlid Martin van Rooijen dat het voor gepensioneerden tien zware jaren waren. “En de situatie voor gepensioneerden blijft zonder uitzicht op verbetering”, constateerde het Kamerlid van 50PLUS somber. 

► De volledige inbreng van Kamerlid Martin van Rooijen bij het algemeen overleg Pensioenonderwerpen met minister Koolmees van Financiën:-

“Voorzitter, ik ga niets zeggen over het concept pensioenakkoord maar ik had een aardige interactie met de heer Knot tijdens het jaarlijkse gesprek met DNB en het Planbureau. Ik heb hem toen de volgende vraag gesteld: ‘Als de nominale garantie komt te vervallen, zoals ook in het conceptakkoord, is dan ook de koppeling aan de risicovrije rente niet meer nodig?’ Knot bevestigde dat.

1. Deelt de minister deze opvatting van de heer Knot?

Dit raakt de essentie van het FTK. Dat vind ik, en velen met mij. maar de minister
heeft de rekenrentediscussie losgekoppeld van de evaluatie van het FTK. De kern van het probleem moet dan buiten de oplossing blijven.

50PLUS is not amused dat wij vandaag geacht worden om in 3 uurtjes, met 10 fracties, in debat te gaan over deze 7 enorm complexe en kapitale agendapunten. We zullen regelmatig de diepte van het stelsel in moeten duiken en dan staan de meest actuele en voor de burger meest relevante  onderwerpen – het concept-pensioenakkoord, de dreigende pensioenkortingen en het ECB-beleid – eigenlijk niet eens op de agenda. Wij krijgen ieder 6 minuten. De coalitie had helaas geen trek in een apart AO over de evaluatie van het FTK. Dat zegt ook een hoop. Maar voorzitter,  we staan op een keerpunt. De uiteenlopende visies op de toekomst van het pensioenstelsel zullen dit jaar tot botsing komen en dan, misschien dit jaar misschien volgend jaar, moeten we bezien of en zo ja wat voor herziening er precies overblijft als de stofwolken zijn opgetrokken. Tijdens het gesprek met de AFM op woensdag 13 juni heb ik de heer Omtzigt van het CDA horen zeggen dat het nieuwe Pensioenstelsel er niet zal zijn binnen 2 jaar en ook niet binnen 4 jaar. Het bestaande stelsel huppelt dan dus gewoon door evenals de dreigende kortingen binnen het huidige FTK. Het initiatief van 50PLUS is dan des te meer relevant.

Wij zijn klaar voor de strijd. Het momentum in het Nederlandse pensioendebat staat ook niet meer verdekt opgesteld aan de zijde van de persoonlijke potjes van de heer Koolmees en zijn partij. Minister Koolmees kan het concept-pensioenakkoord beter accepteren, zei de voormalig directeur van het Centraal Planbureau de heer Teulings vorige week nog. 

Volgens de antwoorden van de minister heeft het nieuwe FTK haar doel bereikt maar voor de gepensioneerden waren het 10 zware jaren die, zoals het er nu naar uitziet, onderbroken worden door kortingsjaren en dan weer opgevolgd worden door een aantal jaar niet indexeren. De situatie voor gepensioneerden blijft zonder uitzicht op verbetering.

2. In antwoord op vragen van de CDA-fractie over het functioneren van de herstelplansystematiek geeft de minister aan dat ‘abrupte, omvangrijke kortingen naar verwachting niet meer nodig zijn’. In de kwaliteitsmedia lazen we vorige week nog dat er nog steeds kortingen dreigen voor 10,1 miljoen deelnemers.
O Hoe komt de Minister tot het oordeel dat abrupte en omvangrijke kortingen niet meer nodig zijn?
O Wanneer is een korting abrupt, volgens deze minister?
O Wanneer is een korting omvangrijk, volgens deze minister?
O Klopt het dat deze minister een pensioenkorting van gemiddeld 3% na 12 jaar zonder indexatie, niet ziet als omvangrijk?
O Hoe reageert de minister op de uitspraak van professor Frijns bij de hoorzitting over de evaluatie van het FTK?

3. Kan de minister een berekening geven hoe veel geld de pensioenfondsen op macroniveau hebben uitgespaard, door het feit dat pensioenen al 10 jaar niet worden geïndexeerd. Hoeveel minder wordt er nu aan pensioenen uitgekeerd per jaar, dan het geval geweest zou zijn als de pensioenen de afgelopen 10 jaar allemaal waren meegegroeid met de inflatie? Daarnaast willen wij weten wat de gevolgen hiervan zijn geweest voor de schatkist over dezelfde periode. Mijn fractie wil graag de oplopende reeksen zien per jaar en ook cumulatief. Ik vraag dit omdat ik de cumulatieve bedragen onder andere wil afzetten tegen de jaarlijkse én de cumulatieve kosten van de praktijk van premiedemping.

4. De vakbonden FNV, CNV, en VCP hebben in een brief aan de Kamer op 16 mei hun ongenoegen kenbaar gemaakt. Niet alleen over de inhoud van het FTK en de beperkte scope van de evaluatie. De bonden pleiten dan ook voor een veel bredere evaluatie. En daar komt nog bij dat de vakbeweging niet eens was uitgenodigd voor de hoorzitting. Dat is nog een constatering waaruit blijkt dat deze regelmatig niet mag meepraten. In deze brief en ook in de vervolgbrief van 18 juni dringen de vakbonden aan op het treffen van vier maatregelen op korte termijn, te weten:
o 1. MVEV-regels aanpassen;
o 2. Overstappen op Europese-UFR;
o 3. Al indexeren bij een dekkingsgraad van 104,3% in plaats van 110%;
o 4. Eerder volledig indexeren en eerder inhalen.

Deze vier tussentijdse maatregelen zijn volgens de vakbonden eenvoudig door te voeren.  
o Erkent de minister dat deze vier maatregelen eenvoudig zijn door te voeren?
o En is hij bereid om deze 4 maatregelen op korte termijn over te nemen?

5. 50PLUS wil daar graag nog een vijfde maatregel aan toevoegen, namelijk niet korten als de dekkingsgraad hoger is dan 100%, in plaats van de 104,2 die nu geldt.
o Erkent de minister dat deze maatregel eenvoudig is door te voeren?
o En is hij bereid om deze maatregel op korte termijn over te nemen?

6. Hieronder twee uitspraken. Een is van de minister en een is van mijzelf. Kan de minister met argumenten uitleggen waarom hij hier iets heel verstandigs zegt en ik niet?
o “Premiedemping op basis van verwacht rendement maakt het mogelijk dat pensioenpremies zich stabiel ontwikkelen, ongeacht de ontwikkeling van de marktrente”. 
o “Pensioenwaardering op basis van verwacht rendement maakt het mogelijk dat pensioenen zich stabiel ontwikkelen ongeacht de ontwikkeling van de marktrente”.

7. De premie is van een herstelinstrument veranderd in een ondermijnend instrument. De gevolgen van de lage rente worden dus niet doorgegeven aan actieve deelnemers met een slechts beperkte inleg maar met volle kracht wel aan gepensioneerden met een (bijna) volledige inleg. Kunt u de rechtvaardiging daarvan nog een keer goed uitleggen aan mijn kiezers. Ik kom er niet uit."

© 20 juni 2018


Wilt u op de hoogte blijven?

Close

Like ons dan op Facebook!