Martin van Rooijen stelt dat de moeilijkheden bij de Belastingdienst 21e eeuwse problemen zijn, die ook met een 21e eeuwse mentaliteit zullen moeten worden opgelost. “Als de Amerikanen niet op het juiste moment een grote groep buitenlandse topingenieurs had laten meekijken, dan hadden we wellicht nooit op de maan gelopen”, aldus het Kamerlid van 50PLUS.

Belastingdienst - Foto: Marvin Jansen van der Sligte

Inbreng van Kamerlid Martin van Rooijen bij het algemeen overleg over de stand van zaken op het terrein van schenk- en erfenisbelasting met staatssecretaris Snels:

“De staatssecretaris heeft de Tweede Kamer per brief op de hoogte gesteld van de voortgang van het inhalen van de vertraging bij de schenk- en erfbelasting die in 2017 is ontstaan. Door de inzet van de zomertaskforce (oplopend tot 150 extra medewerkers) heeft de Belastingdienst volgens de staatssecretaris een grote slag gemaakt met het inlopen van de ontstane vertraging bij het opleggen van aanslagen erf- en schenkbelasting. De staatssecretaris geeft in zijn brief van 4 september ook een cijfermatige toelichting op de stand van zaken van de werkvoorraad.

Volgens de staatssecretaris ligt de uitvoering op koers en kan hij zijn toezegging realiseren dat eind 2018 de achterstanden zijn weggewerkt en de werkvoorraad is teruggebracht tot het normale niveau.

Tot zover de brief van de staatssecretaris en ook tot zover het goede nieuws. Inmiddels weten we dat de problemen bij de inning van schenk en erfbelasting weer ietsje groter zijn dan in de laatste brief wordt geschetst. Uit de aanslagen van de zomertaskforce over de maanden juli en augustus blijkt dat de opbrengsten voor dit jaar weer veel lager uit zullen vallen. Maar wat eigenlijk nog veel erger is: dat de cyclus van tegenvallers over de stand van zaken bij de Belastingdienst dus nog steeds niet doorbroken is. Ik geloof in de kwaliteiten van deze staatssecretaris en ik wil er in blijven geloven. Als ik lees dat “in de maanden voorafgaand aan juni 2018 bleek dat het management van de belastingdienst niet over voldoende bestuurlijke en sturingsinformatie beschikte, om de maandelijkse rapportage op te stellen, dan zakt de moed mij toch wel in de schoenen. Temeer omdat we in diezelfde periode vooral veel geruststellende brieven en woorden kregen vanuit het kabinet.

In antwoord op de vraag van 50PLUS of er wel voldoende wordt gedaan om de genoemde kwetsbaarheden aan te pakken antwoord de staatssecretaris: “Dit laat onverlet dat de vastlegging, de consistentie en de kwaliteit van de stuur- en managementinformatie en risicobeheersing nog tekort schieten”. Dat is, zoals ook de Auditdienst Rijk heeft aangegeven, wel nodig voor een samenhangend integraal beeld van de situatie”. Einde citaat. Ik kan er eerlijk gezegd niet mee leven dat de door de staatssecretaris genoemde drie kwetsbaarheden, te weten Personeel, ICT en sturing, ogenschijnlijk op een lange baan worden geschoven met bezweringen zoals “wordt hard aan gewerkt” en “waarvoor een lange adem nodig is”. Hebben we het dan over 3 jaar? Dat is een probleem voorzitter. Het vertrouwen van de kamer is door opeenvolgende gebeurtenissen en onthullingen zeer laag geworden en het geduld beperkt. Terwijl er juist om steeds meer geduld wordt gevraagd!

Structureel knelpunt

Er is voor ons als parlementariërs dan ook sprake van een structureel knelpunt. Personeel en ICT zijn complexe onderwerpen en bij de belastingdienst geldt dat in het kwadraat. Het vernieuwen van de strategie en het plan van aanpak is iets wat politici en bestuurders goed begrijpen. Maar in dit geval is het steeds de uitvoering en de techniek waar we ons bij herhaling ernstig zorgen over moeten maken en waar meerdere zware politieke tijgers hun tanden al op hebben stukgebeten. Het is voor Kamerleden heel lastig om te beoordelen of we op alle niveaus beschikken over de juiste kennis en vaardigheden, inclusief hoogstaande ICT kennis, om de uitdagingen bij de belastingdienst voortvarend aan te pakken. Wij moeten dat maar aannemen. Aan de tekentafel is het probleem al 3 x opgelost maar de praktijk blijkt veel weerbarstiger. Ik heb daarover de vraag gesteld of het in het bijzonder te overwegen is, om de ICT-organisatie van de Belastingdienst te laten doorlichten op kwaliteit en ervaring? Waarom lijkt de S dat niet te willen overwegen?

Ik heb daar geen goed antwoord op gekregen. Maar toch zou juist de staatssecretaris, zelf geen zuivere ICT expert, buitengewoon geïnteresseerd moeten zijn in een assessment van het menselijke instrumentatrium dat hij tot zijn beschikking heeft en waar hij het mee moet doen. Ik begrijp dat het precair kan zijn omdat zoiets door het personeel als motie van wantrouwen geïnterpreteerd zou kunnen worden maar ik ben sterk van mening dat dergelijke sfeerargumenten niet meer zouden moeten tellen. De Minister en de staatssecretaris hoeven het trouwens ook niet te willen. De Tweede Kamer kan best de rol van “bad cop” spelen en afdwingen wat nodig is. Ik hoop van harte op steun van andere partijen. 

Begaanbare paden

Er zijn ongetwijfeld meerdere paden die de Belastingdienst verder kunnen brengen. Ik wil dan ook regelmatig bevestigd zien dat we begaanbare paden volgen en dat we ook  gaandeweg geen kansen over hoofd zien. Laten we beseffen dat de problematiek van de Belastingdienst niet met “open source” technieken wordt aangepakt. Dat kan ook niet maar een gesloten bolwerk is het andere uiterste. Het is niet uitgesloten dat er gisteren nog geen maar vandaag wél een fantastisch plan B beschikbaar is, en misschien zijn daar andere mensen voor nodig met een groter budget of een andere besteding.

Hebben we nu de mensen en de middelen die we nodig hebben om met openheid en flexibiliteit te opereren? Dat is wat ik wil weten, want 21e eeuwse problemen zullen we ook met een 21e eeuwse mentaliteit moeten oplossen.

Als de Amerikanen niet op het juiste moment een grote groep buitenlandse topingenieurs hadden laten meekijken, dan hadden we wellicht nooit op de maan gelopen.

We willen natuurlijk eigenlijk horen dat de oplevering van de nieuwe ICT oplossingen succesvol is geweest en dat alle achterstanden bij de schenk en erfenisbelasting zullen zijn opgelost voordat de klok 12 uur slaat op 31 december. Ik zal die naïviteit achterwege laten. U weet al dat ik van mening ben dat wetgeving en organisatie onder de huidige omstandigheden eigenlijk allebei een aparte staatssecretaris zouden kunnen gebruiken. Het gaat immers om de helft van de totale begroting, te weten, alle inkomsten. Drie bewindslieden voor de inkomstenkant is helemaal niet veel tegenover 12 of 13 ministers voor de uitgaven. Mogelijk breng ik dat voorstel nogmaals in stemming.  Maar enfin, dat weet u al van mij.”

© 25 september 2018


Wilt u op de hoogte blijven?

Close

Like ons dan op Facebook!