Martin van Rooijen50PLUS blijft strijden voor het pensioen van oudere én werkende Nederlanders. Martin van Rooijen stelde minister Koolmees diverse indringende vragen.

Minister Koolmees wil met wetgeving dichttimmeren dat Nederlandse pensioenfondsen naar het buitenland vertrekken vanwege de lage rekenrente in Nederland. 50PLUS vindt dat het probleem bij de bron moet worden aangepakt, namelijk bij de extreem lage en gemanipuleerde rekenrente, waardoor Nederland zichzelf als vestigingsland voor pensioenfondsen uit de markt prijst.

Symptoombestrijding

Vertrek van pensioenfondsen uit Nederland stemt 50PLUS heel verdrietig, maar de voorstellen van de minister zijn symptoombestrijding en ze zijn bovendien waarschijnlijk in strijd met het Europees recht. Martin van Rooijen (foto) vroeg minister Koolmees onder meer om zijn tweede nota van wijziging alsnog voor te leggen aan de Raad van State. 50PLUS voert dus de druk op om met echte oplossingen te komen! •

Lees de volledige inbreng van Martin van Rooijen bij het debat over de wijziging van de pensioenwet met minister Koolmees (D66):

“Ik neem aan dat de collega’s de brief van Professor Lutjens, die gisteren is gestuurd naar de Commissie Sociale zaken, uitvoerig hebben bestudeerd. Ik ga uitvoerig op de brief in.

De twee voorstellen tot beperking van de mogelijkheden van grensoverschrijdende uitvoering, zijn al kort aan de orde geweest in de eerste termijn. Ik ben blij dat het debat vorige week wel is uitgesteld want de twee voorstellen kwamen wel heel laat binnen en zijn fundamenteel.

1. Het ene voorstel is een voorstel is om bij grensoverschrijdende waardeoverdracht de Nederlandse zekerheidsmaatstaf uit de Pensioenwet te handhaven
2. Het andere voorstel is dat tweederdemeerderheid goedkeuring moet geven voor de collectieve waardeoverdracht.

De volgende vraag is hierbij gerezen: zijn deze beperkingen op de grensoverschrijdende waardeoverdracht toegestaan volgens de IORP II richtlijn en de in het VWEU (Verdrag Werking EU) geborgde  vrije dienstverrichting?
Ook de minister is hier in zijn brief van 8 oktober op ingegaan.
Het uitgangspunt bij grensoverschrijdende uitvoering is:
- Enerzijds dat het sociale en arbeidsrecht van de pensioenregeling van het land van herkomst van toepassing blijft bij grensoverschrijdende uitvoering;
- Anderzijds dat de IORP wat betreft organisatierecht en financieel toezichtrecht valt onder de regels van het land van vestiging.
Bij uitvoering door een buitenlandse IORP is sprake van een ander toezichtrecht dan het toezichtrecht dat op grond van de Pensioenwet voor Nederlandse IORP’s (pensioenfondsen) volgt.
Voor de grensoverschrijdende overdrachten geeft art. 12 van de IORP richtlijn een aantal eisen gericht op bescherming, waaronder de eis van goedkeuring door de meerderheid van de deelnemers en pensioengerechtigden.

Conclusie in relatie tot de twee voorstellen

• Nederlands prudentieel kader, zekerheidsmaatstaf

- Het eisen van Nederlands prudentieel kader wat betreft de zekerheidsmaatstaf ook na een grensoverschrijdende waardeoverdracht, moet als strijdig met de regel dat het nationale toezichtrecht van toepassing is en dus als strijdig met de richtlijn worden aangemerkt. De rol van de toezichthouder van de lidstaat van herkomst ligt in het toezien op toezien op/eisen dat de pensioenovereenkomst (waarop het Nederlandse sociaal en arbeidsrecht van toepassing is) voldoende veilig is gesteld, maar dat loopt in beginsel volgens de normen van het lokale toezichtrecht dat van toepassing is op het karakter van de (Nederlandse) pensioenovereenkomst;

• De goedkeuring bij grensoverschrijdende overdrachten
 
- De richtlijn kent een eis specifiek voor grensoverschrijdende overdrachten. Om daar invulling aan te geven is in overeenstemming met de richtlijn. In de tweede nota van wijziging wordt een tweederde meerderheid vereist. Weliswaar bepaalt de richtlijn dat de meerderheid wordt gedefinieerd overeenkomstig het nationale recht, maar de vraag is of een tweederde meerderheid niet een zo vergaande extra drempel is dat hier een te ruime oprekking van het begrip meerderheid plaats vindt.

- De eis van een gekwalificeerde meerderheid impliceert een extra drempel voor grensoverschrijdende (buitenlandse) aanbieders voor de dienstverrichting. De vraag is of hiermee niet een niet te rechtvaardiging extra belemmering voor het vrije dienstenverkeer wordt opgelegd, strijdig met het VWEU.

Hiernaast is het twijfelachtig of de ongelijke voorwaarden voor binnenlandse en grensoverschrijdende overdrachten verenigbaar zijn met de vrije dienstverrichting.

Vragen

Over de zekerheidsmaatstaf

1. Kunt u bevestigen dat volgens de regels van de IORP II richtlijn het financieel toezichtrecht van het land van vestiging op een IORP van toepassing is;
2. Zo neen, op welke grond kan dan zonder strijd met de richtlijn in de NL wetgeving worden bepaald dat een in het buitenlands gevestigde IORP moet voldoen aan in de NL wetgeving opgenomen prudentiele regels;
3. Zo ja, kunt u bevestigen dat het eisen dat de NL zekerheidsmaatstaf door een in het buitenlands gevestigde IORP moet worden toegepast op pensioenaanspraken na een grensoverschrijdende overdracht vanuit Nederland, in strijd is met de richtlijn;
4. Volgens de IORP richtlijn en de Pensioenwet moet de buitenlandse IORP die een pensioenovereenkomst uitvoert waarop de Pensioenwet van toepassing, het Nederlandse sociale en arbeidsrecht toepassen op die pensioenregeling. Bent u van oordeel dat de regels van het FTK niet tot het Nederlands sociaal en arbeidsrecht behoren als hier bedoeld en zo neen waarom niet

Ik vraag mij af of de Kamer niet om voorlichting aan de Raad van State moet vragen over het amendement Omtzigt/Bruijns alvorens er over kan worden gestemd? Ik vermoed zomaar dat anders de senaat er om zal vragen. Ik zoek hiervoor steun in de kamer. Anders ligt een motie wat mij betreft voor de hand.

Over grensoverschrijdende overdracht

5. Bij grensoverschrijdende overdracht kent de richtlijn in art. 12 een goedkeuringsvereiste van de meerderheid van de deelnemers en pensioengerechtigden. Bij tweede nota van wijziging is de eis van een tweederde meerderheid gesteld. Op grond waarvan bent u van oordeel dat deze gekwalificeerde meerderheid toegestaan is?
6. De goedkeuringseis geldt volgens het wetsvoorstel alleen voor grensoverschrijdende overdrachten. Niet voor zuiver binnenlandse overdrachten. Het goedkeuringsvereiste is opgenomen in art. 90a Pensioenwet zoals voorgesteld. Dat artikel behoort volgens art. 2  lid 11 Pensioenwet tot het Nederlandse sociaal en arbeidsrecht. Kunt u uitleggen hoe een artikel/regel kan behoren tot het Nederlands sociaal en arbeidsrecht, maar niet van toepassing is bij binnenlandse overdrachten?
7. Het goedkeuringsvereiste maakt het voor buitenlandse pensioenuitvoerders moeilijker om diensten aan te bieden op de Nederlandse pensioenmarkt, terwijl dit vereiste niet geldt bij binnenlandse overdracht. Wordt hier niet verboden onderscheid bij de dienstverrichting gemaakt tussen buitenlandse IORP’s en Nederlandse IORP’s waardoor er een beperking is op de vrije dienstverrichting in strijd met het VWEU, zo neen waarom is dat niet strijdig met de vrije dienstverrichting hoewel evident verschillende regels gelden voor buitenlandse en binnenlandse situaties?
8. Kunt in dit verband ook ingaan op het arrest van het HvJ EU van 30 januari 2018 in zaak C-360/15, waarin is geoordeeld dat een onderscheid in dat geval tussen grensoverschrijdende en binnenlandse situatie niet gemaakt mag worden?
9. Is het onderscheid dat aldus wordt gemaakt tussen een in het buitenland gevestigde IORP en een Nederlandse IORP geen verboden onderscheid naar vestiging, strijdig met de vrijheid van vestiging bedoeld in het VWEU?

Voorzitter, is de minister bereid om naar aanleiding van mijn betoog en de brieven van professor Lutjens en van AON, over mogelijke strijdigheid met EU recht, alsnog advies te vragen aan de Raad van State over de nota van wijziging. Want die is niet voorgelegd.

In eerste termijn ben ik uitvoerig ingegaan op de rekenrente voor gepensioneerden van 1% in Nederland en het rendement van 3,5% dat in België wordt gehanteerd. En dat kan leiden tot verhuizing naar België. Ik zou rekenrente vlucht kunnen noemen. Voor alle duidelijkheid, 50PLUS wordt heel erg verdrietig van elk Nederlands Pensioenfonds dat naar het buitenland vlucht. Maar we moeten wel de oorzaak aanpakken, de absurd lage en gemanipuleerde rekenrente.

De dag na de eerste termijn ontvingen wij de brieven van de minister en van de president van de Nederlandsche bank over de rekenrente bij zachtere pensioenaanspraken. Dit was in antwoord op een vraag van 50PLUS bij het AO pensioen. 

De minister verschuilt zich achter DNB. Kan de minister ook zijn eigen visie geven op de brief van de President van De Nederlandsche Bank? Met een postzegel de brief van Den  Nederlandse Bank doorsturen naar de Kamer vindt ik geen invulling van zijn politieke verantwoordelijkheid als Minister van Sociale Zaken & Werkgelegenheid. Zeker nu we zitten met twee brieven die een bom leggen onder de onderhandelingen over een pensioenakkoord. Vluchten kan niet meer. En een visie is toch niet teveel gevraagd.

Net als velen van u heb ik met belangstelling de brief van de heer Knot van DNB gelezen. Ik moet zeggen dat na de lezing van deze brief mijn verwarring alleen maar verder is toegenomen. Als ik het goed begrijp worden we nu door de DNB verrast met een heel nieuw actuarieel leerstuk op het gebied van pensioenen. Volgens DNB is plotseling iedere nominale toezegging onvoorwaardelijk en moet die toezegging dan ook tegen de risicovrije marktrente worden gewaardeerd. Of dat lukt hangt dan weer af van de hoeveelheid buffer die wordt aangehouden. Althans volgens DNB.

Dit is natuurlijk actuariële onzin. Net als bij obligaties, dat weten we maar al te goed, heb je bij pensioenen harde en zachte nominale toezeggingen. Bij obligatieleningen komt dat in de rente tot uitdrukking en bij pensioentoezeggingen in de discontovoet. Die moet bij een voorwaardelijke toezegging simpelweg omhoog. Dat weet iedere actuaris en iedere accountant. Zie ook de internationale accountancy regels van de IASB. Allemaal gezochte, rare redeneringen om coûte que coûte de discontovoet maar laag te houden. Gebaseerd op de wens van onvoorwaardelijke toezeggingen om het de pensioenfondsen zo moeilijk mogelijk te maken. Een benadering die het vertrouwen van de burgers in ons pensioenstelsel volledig heeft ondergraven. Door deze benadering zijn burgers op papier steeds zekerder geworden van hun pensioen. Maar in werkelijkheid krijgen ze steeds minder. Steeds zekerder van een steeds lager pensioen.  En dan maar klagen over de pensioenfondsen. Waar de pensioenpotten steeds voller en voller worden.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering op 26 september een tweede nota van wijziging heeft ingediend die waarschijnlijk in strijd is met EU recht;

overwegende dat deze tweede nota van wijziging niet voor advies is voorgelegd aan de (afdeling advisering van) de Raad van State;

verzoekt de regering de tweede nota van wijziging, kamerstuknummer 34 934 nummer 11, alsnog voor te leggen aan de afdeling advisering van de Raad van State;

en gaat over tot de orde van de dag

Van Rooijen

© 11 oktober 2018


Wilt u op de hoogte blijven?

Close

Like ons dan op Facebook!