In de nieuwe Wet Arbeidsmarkt in Balans worden slechts pleisters geplakt en dan nog niet eens op de goede plekken! De positie van de werknemer wordt eerder slechter dan beter. Dit kabinet zorgt er bovendien voor dat de ouderen op de arbeidsmarkt slechter af zijn en geeft ze bij ontslag ook nog eens een financiële trap na. Kamerlid Corrie van Brenk gaf de wet de titel Arbeidsmarkt in disBalans.

Weegschaal in disbalans - Beeld: 3dman eu (Pixabay)

De Wet Arbeidsmarkt in Balans gaat de disBalans tussen flexwerk en vaste contracten niet wezenlijk verkleinen. Zeker niet zolang het mogelijk blijft uit te wijken naar andere vormen van ‘goedkoop werken’ zoals via zzp’ers. Het Wetsontwerp Arbeidsmarkt in Balans is zonder zzp-visie een papieren tijger die de run naar goedkope arbeid niet zal stoppen.

‘Oud zit fout bij dit kabinet’

“De wet bevat geen enkele gerichte maatregel die de zwakke positie van ouderen op de arbeidsmarkt wezenlijk versterkt”, zei Kamerlid Corrie van Brenk tegen verantwoordelijk minister Koolmees (D66). “Dat is een zware gemiste kans. Erger nog, door versobering van de ontslagvergoeding (transitievergoeding) krijgen met name oudere werknemers – als het aan het kabinet ligt – bij baanverlies nog een financiële trap na. Oud zit fout bij dit kabinet!”

Per saldo bevat de wet méér maatregelen die de positie van werknemers verslechteren dan verbeteren. Zo kunnen de nieuwe ‘cumulatiegrond’ voor ontslag (nieuwe ontslaggrond op basis van een combinatie van meerdere bestaande ‘onvoldragen’ ontslaggronden), en de verlaagde ontslagvergoeding voor dienstverbanden van langer dan 10 jaar juist ouderen keihard gaan treffen. 50PLUS wijst die maatregelen resoluut af. 50PLUS steunt amendementen die deze maatregelen ongedaan willen maken. 50PLUS heeft zelf een amendement ingediend waardoor werknemers die ontslagen worden op basis van de nieuwe ‘cumulatiegrond’ als extra vergoeding niet 50 procent maar 100 procent van de transitievergoeding extra kunnen krijgen, bovenop de gebruikelijke transitievergoeding.

50PLUS is tegen het verder in mindering brengen van scholingskosten door de werkgever op de transitievergoeding, en tegen de volstrekt zinloze verruiming van de proefperiode tot 5 maanden. De verlenging van de zogenaamde ‘ketenbepaling’ – de regeling voor de maximaal toegestane periode van aansluitende tijdelijke dienstverbanden – van 2 naar 3 jaar vindt 50PLUS ronduit slecht. Deze maatregel zal niet leiden tot meer vaste dienstverbanden, integendeel, maar juist leiden tot meer werkonzekerheid en bestaansonzekerheid voor mensen. Een amendement om de ketenbepaling ongewijzigd op 2 jaar te laten wordt door 50PLUS gesteund.

‘De positie van kwetsbare oproepmedewerkers moet versterkt worden’

50PLUS vindt dat de positie van arbeidsrechtelijk kwetsbare oproepmedewerkers versterkt moet worden en heeft een amendement ingediend waardoor werknemers met een oproepovereenkomst na 12 maanden automatisch een contract moeten krijgen.

50PLUS is tegen de maatregel van het kabinet om payrolling via veel ingewikkeld juridisch kunst- en vliegwerk als arbeidsrechtelijke vorm officiële status te verlenen in de wet. Een amendement is ingediend door 50PLUS, waardoor de payrollconstructie als arbeidsrechtelijk verdienmodel onmogelijk wordt gemaakt. Payrolling blijft wel mogelijk, maar alléén in die zin dat de administratief ontzorgende functie kan blijven bestaan. Het payrollbedrijf zal dan de vorm aannemen van een zuiver administratiekantoor, waar uitsluitend loonadministratie wordt verricht. Als het amendement aangenomen wordt kan een voor de werknemer vaak relatief ongunstige arbeids-constructie tot het verleden gaan behoren.

Flexwerk duurder en vast werk minder duur maken door WW-premiedifferentiatie heeft volgens 50PLUS in principe voordelen, maar reguliere zorgdiensten zoals consignatie-, bereikbaarheids-, en slaapdiensten moeten hier dan wél van uitgezonderd worden, om een onbedoelde kostenstijging in de zorg te voorkomen. Ook mogen kwetsbare werknemers met een arbeidsbeperking niet getroffen worden.

‘De Wet Arbeidsmarkt in Balans plakt slechts pleisters’

50PLUS vindt samenvattend dat met de Wet Arbeidsmarkt in Balans slechts pleisters geplakt worden, en dan nog niet eens op de goede plekken. De positie van de werknemer wordt alles bij elkaar eerder slechter dan beter. Volgens 50PLUS moet de arbeidsmarkt fundamenteler en breder aangepakt worden: alle werkenden moeten in de toekomst een goed niveau van gelijke arbeidsrechtelijke, en sociale bescherming krijgen, zodat concurrentie op arbeidsvoorwaarden effectief aan banden kan worden gelegd. Met de verwerpelijke race naar de bodem van ‘goedkope arbeid’ is uiteindelijk niemand gediend!


De volledige inbreng van Kamerlid Corrie van Brenk tijdens het debat over de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) met minister Wouter Koolmees van SZW:

“Dank en respect voor minister en zijn ambtenaren voor de uitvoerige en zeer zorgvuldige beantwoording van de vele vragen en kanttekeningen van de 50PLUS-fractie bij dit Wetsvoorstel.

50PLUS onderschrijft voluit de intentie van het kabinet om voor de arbeidsmarkt te komen tot een betere Balans tussen ‘flex’ en ‘vast’, tussen zekerheid voor werknemers en de flexibiliteit en kansen die nodig zijn om te kunnen werken en ondernemen.

Over de gekozen aanpak zijn wij veel minder tevreden. Om te beginnen. Waarom deze timing voor deze wet? Waarom deze wet nu, terwijl de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) nog niet eens volledig is geëvalueerd?

50PLUS heeft ernstige twijfels over de positieve effectiviteit van de maatregelen in dit wetsvoorstel, zolang er voor andere belangrijke lopende arbeidsmarktdossiers nog geen oplossing is. Denk maar aan de DBA (deregulering beoordeling arbeidsmarktrelatie) die de positie van zzp’ers regelt en Leven Lang Ontwikkelen. Wij vinden het zeer onbevredigend, dat mogelijke effectiviteit en arbeidsmarkt-effecten van de Wet zich nauwelijks tot niet laten inschatten. Effecten blijken niet te kwantificeren in termen van meer vaste contracten. Hoe bestaat het dat je iets stuurt naar de kamer zonder dat er een degelijke arbeidsmarktanalyse vooraf door het CPB plaatsvindt.

Als je met deze wet gaten in het lekkende dak van de arbeidsmarkt repareert, maar niet het grootste gapende gat dicht – de vluchtroute naar goedkope zzp-arbeid – dan hou je het niet droog. De disBalans blijft dan bestaan.

Het is lastig om te praten over dé zzp’er er zijn mensen die zich royaal laten belonen omdat zij voorzien in schaarse arbeid. Maar onze zorgen zitten vooral bij de zzp’ers als vorm van fiscaal royaal gesponsorde, goedkope en relatief onbeschermde arbeid. Zij hoeven immers tot 25.000 euro geen belasting en AOW-premie te betalen. Hier heeft de overheid zelf een zeer grote verantwoordelijkheid. Zonder verplicht pensioen, zonder een collectieve verzekering voor arbeidsongeschiktheid als eerste stap zal het zzp-schap dé uitnodigende vluchtroute bij uitstek blijven naar goedkope arbeid. Ziet de minister dit ook? Wat gaat het kabinet daar aan doen?

Het wetsvoorstel overziend komt 50PLUS tot de conclusie dat de disBalans flex-vast niet wezenlijk verkleind wordt. Doorgeschoten flex wordt niet grondig aangepakt. Flexwerkers worden niet effectief beter beschermd. De kostenconcurrentie tussen vast en flex wordt niet fundamenteel aangepakt. Het vaste contract wordt in wezen onzekerder gemaakt. De werkgever lijkt op punten de winnaar van deze wet. De werknemer verliest.

Deze wet bevat geen enkele positieve, of gerichte maatregel voor ouderen op de arbeidsmarkt, terwijl hun positie juist het meest kwetsbaar is! Integendeel, hun positie wordt per saldo door deze wet verder verslechterd. Onbegrijpelijk! Weer wordt bewezen dat ouderen niets, maar dan ook niets te verwachten hebben van dit kabinet! Was er voorheen nog tenminste financieel een barrière om je te makkelijk van de oudere werknemer te ontdoen, nu wordt het weer een stuk goedkoper en ook gemakkelijker om ouderen weg te werken. 50PLUS ziet het echt als miskenning van de positie van de oudere werknemer op de arbeidsmarkt. De vergoeding via de kantonrechtersformule of de transitievergoeding kon gebruikt worden om het pensioengat wat de werknemer oploopt bij ontslag tot AOW-gerechtigde leeftijd enigszins te compenseren. Maar duidelijk is dat hier geen oog voor is door deze minister! 

50PLUS deelt het zeer kritische samenvattende oordeel van de Raad van State dat ook bij invoering van dit wetsvoorstel – alles opgeteld – té grote verschillen blijven bestaan tussen de verschillende categorieën werkenden. De probleem-aanpak is vooral arbeidsrechtelijk, en onvoldoende breed om Balans op de arbeidsmarkt terug te brengen.

De Raad van State wijst terecht op de noodzaak van een meer fundamentele benadering van de arbeidsmarkt. Een benadering die zich uitstrekt tot het arbeidsrecht, de sociale zekerheid en de fiscaliteit, in onderlinge samenhang.

50PLUS is er van overtuigd dat uiteindelijk maar één oplossing voor de disBalans op de arbeidsmarkt zal werken: Er moet één uniforme regeling voor alle werkenden komen waarvoor de wetgever een harde ondergrens aan bescherming definieert. Professor Ton Wilthagen, hoogleraar Arbeidsmarkt, noemt die ‘basis van beschermingsniveau’ treffend het ‘Nederlands Aanvaardbaar Peil’ (NAP). Hou op met het afbreken van sociale zekerheid!

Zolang díe ondergrens, die zekerheidsbodem, ontbreekt – de Raad van State wijst daar op – zal het risico blijven bestaan dat werknemers met een zwakke positie gedwongen worden in de arbeidsvorm die voor de werkgever het goedkoopst is. Dát risico zal volgens 50PLUS – óók na invoering van de Wet Arbeid in Balans – nog levensgroot blijven.

Ketenbepaling

Een keten van twee jaar tijdelijke contracten vindt 50PLUS lang genoeg. Voorgesteld wordt daar nu drie jaar van te maken, om vaste banen te bevorderen. Dat betekent nóg langere baanonzekerheid, nóg minder bestaanszekerheid. De onderbouwing van deze maatregel vinden wij zwak. Zij lijkt vooral gebaseerd op ‘signalen’ en aannames. De logica van deze maatregel ontgaat ons ook volkomen. De Wet werk en zekerheid (Wwz) – die nog niet eens geëvalueerd is! – wilde zekere contracten juist bevorderen door het verkorten van de keten tijdelijke contracten! Nu wil het kabinet die keten verlengen. De 50PLUS-fractie zal het amendement van collega van Kent op nr. 12, om de ketenbepaling ongewijzigd te laten, ondersteunen.

Wij vragen ons af of deze minister niet een stap richting meer zekerheid voor flexwerkers had willen realiseren. Waarom niet bij een vacature vaststellen of dit structureel werk is, dat kan vooraf vastgesteld worden zo mogelijk in overleg met de ondernemingsraad, dan is een jaar toch voldoende om te bepalen of iemand geschikt is voor het werk. Dan kan na een jaar toch overgegaan worden naar een vast contract. Kan de minister aangeven of hij hier positief tegenover staat en dit zou willen nastreven?

Oproepovereenkomst

De positie van oproepkrachten is zwak. Slechts 35% van hen is financieel zelfstandig. Het armoederisico onder deze groep, en het risico dat zij structureel gaan behoren tot de groep ‘werkende armen’ is groot. Wij vinden dat de voorgestelde maatregelen van het kabinet een te hoog gehalte van ‘symboolwetgeving’ hebben.

Hoeveel extra zekerheid biedt bijvoorbeeld het minstens vier dagen van te tevoren oproepen? Het is een verbetering, maar die vier dagen zouden zomaar eens de nieuwe norm kunnen worden. Dat betekent weinig extra bescherming. Collega van Kent heeft een amendement onder nr. 13 ingediend om de vierdagentermijn flink op te rekken naar 14 dagen. Dat lijkt ons theoretisch heel mooi, maar in hoeverre kan dan nog sprake zijn van flexibel ‘oproepen’ als incidenteel werk daar om vraagt? 50PLUS lijkt een zevendagentermijn realistischer.

Het streven van de minister is gericht op het bevorderen van vast werk. 50PLUS vindt dat als bij werkzaamheden van structurele aard na twaalf maanden oproepwerk van rechtswege een contract ontstaat voor het gemiddelde aantal gewerkte uren in de voorgaande twaalf maanden, vást werk gestimuleerd kan worden. Het amendement van collega van Kent onder nr. 14 wil dit vaste contract voor het gemiddelde aantal gewerkte uren, al na drie maanden in laten gaan. Wij vinden dat amendement op zich sympathiek. Maar 50PLUS kiest voor een termijn van twaalf maanden, omdat het dan evident is dat het gaat om werkzaamheden met een structureel karakter, en niet meer om wel zeer tijdelijk, en incidenteel oproepwerk. Na twaalf maanden moet naar onze mening dus niet slechts een aanbod gedaan worden, zoals in het voorliggende wetsvoorstel, maar moet er van rechtswege een overgang plaats vinden naar een contract met een omvang van het gemiddeld aantal gewerkte uren in de voorgaande periode van 12 maanden. Waarom heeft de minister dit niet in de wet gezet? Daarmee versterk je de positie van de oproepkracht, wij vertrouwen op een positief oordeel op ons amendement…. 

Dit amendement is nodig omdat oproepkrachten – per definitie een zeer kwetsbare, weinig beschermde en afhankelijke positie – hun rechten daadwerkelijk kunnen inroepen of afdwingen? Het risico bestaat immers altijd dat de werknemer, als hij zijn rechten wil doen gelden, minder wordt opgeroepen, en/of dat zijn contract niet wordt verlengd. 

Payroll

Over payroll is door de collega’s al het nodige gezegd. Eén enkele opmerking. 50PLUS vindt het goed dat het kabinet de payrollwerknemer dezelfde arbeidsvoorwaarden wil geven die zouden gelden als de werknemer direct in dienst zou zijn bij de opdrachtgever. Maar waarom een heel apart arbeidsrechtelijk construct in de wet? Het kabinet neemt met het wettelijk vastleggen van het payroll-regime – een voor werknemers hoe je het ook bekijkt relatief ongunstige constructie – toch risico’s.

Maakt de weg die het kabinet kiest het niet onnodig ingewikkelder en daarmee kwetsbaarder? Uit de schriftelijke behandeling blijkt hoe onvoorstelbaar lastig het is om een heldere scheiding aan te brengen tussen payroll en uitzendwerk. 50PLUS meent dat payroll beter buiten deze wet gehouden moet worden. En uitsluitend toestaan werkgevers te ontzorgen via een loonadministratiekantoor.

50PLUS zal steun verlenen aan het amendement van collega van Kent onder nr. 15 waardoor de pensioenpremie voor de payrollmedewerker, en de pensioenpremie voor de medewerker in loondienst bij dezelfde werkgever gelijk getrokken worden.

50PLUS ziet de meerwaarde niet van payrollconstructies dus stelt voor deze niet wettelijk te legitimeren! Vandaar ons amendement.

Ontslagrecht

Ik kom bij het voor 50PLUS misschien wel belangrijkste knelpunt in deze wet: de voorstellen rond het ontslagrecht. Deze zijn ronduit slecht, zeker voor oudere werknemers. Dat is voor ons onverteerbaar.

Enige overtuigende onderbouwing dat door deze versoepeling van het ontslagrecht éérder een vast contract aangeboden wordt ontbreekt. Wij geloven het gewoon niet.

Met collega Smeulders zouden wij het ontslagrecht dan ook het liefst ongewijzigd zien en steunen derhalve zijn amendement op nr. 6 over het niet versoepelen van het ontslagrecht.

Cumulatiegrond voor ontslag

De invoering van de cumulatiegrond betekent dat werknemers simpelweg gemakkelijker ontslagen kunnen worden, dan onder het huidige recht. 50PLUS wijst dit resoluut af, niet in de laatste plaats met het oog op bescherming van oudere werknemers. Wij steunen het amendement van collega Van Kent op nr. 19 om de cumulatiegrond niet in te voeren.

De mogelijkheid de transitievergoeding bij deze ontslaggrond – krap gemaximeerd - te verhogen is in onze ogen slechts een doekje voor het bloeden. Juridisering van ontslag ligt op de loer, en er zullen naar onze verwachting minder ontslagzaken met een vaststellingsovereenkomst geregeld worden. De kans is daarbij levensgroot dat de cumulatiegrond de nieuwe standaard voor ontslag gaat worden, danwel altijd subsidiair wordt aangevoerd. En dat alles, terwijl het doel van de Wwz juist was ontslagrecht duidelijker en voorspelbaarder te maken. De WWZ is nog niet eens geëvalueerd!

Waarom zou ontbinding op basis van de ene ‘volwaardige’ ontslaggrond ‘duurder’ moeten of kunnen zijn dan de andere ‘volwaardige’ ontslaggrond’? Dat lijkt niet logisch. Volwaardig is toch volwaardig? Wij proeven in de voorgestelde, mogelijke vergoeding bovenop de transitievergoeding bij ontslag op grond van de cumulatiegrond impliciete erkenning, dat deze cumulatiegrond in zekere zin een ‘minder overtuigende’ of in ieder geval ‘minder waardige’ grond van ontslag is. Er lijkt sprake van het invoeren van een ontslaggrond van ‘minder kaliber’. Wij vinden dit samenvattend een juridisch moeizame, en zeker naar oudere werknemers slecht te verdedigen versobering van het ontslagrecht.

De maximering van de mogelijke toeslag bovenop transitievergoeding, bij ontslag op de cumulatiegrond, de i-grond vindt 50PLUS te beperkt. Collega Van Kent stelt in zijn amendement onder nr. 17 voor de bovengrens voor deze extra ontslagvergoeding – maximaal 50% van de transitievergoeding – geheel te laten vervallen. 50PLUS stelt met het oog op rechtszekerheid voor extra ontslagvergoeding op maximaal 100% te zetten. Wij vrezen als we geen bovengrens instellen, hoe sympathiek ook dit niet op draagvlak zal kunnen rekenen.

Bij de rondetafel over dit wetsvoorstel hebben juridische deskundigen gevraagd juist méér ruimte te krijgen om ‘onredelijkheid’ te kunnen mee laten wegen in de hoogte van de transitievergoeding. Begrijpen wij het goed dat artikel 671B, onderdeel c, de billijkheidsvergoeding, waarin de verwijtbaarheid van de werkgever meegenomen kan worden nog steeds toegepast kan worden? En dat daarmee er nog steeds ruimte is voor een hogere vergoeding?

Voor 50PLUS is het cruciaal dat dit in eerste termijn beantwoord wordt, anders moeten wij dit middels een amendement borgen.

Transitievergoeding

Ook de voorstellen rond de transitievergoeding sec gaan ouderen keihard raken, en zijn per saldo niet verteerbaar voor 50PLUS.

Op zich vinden wij het een goede zaak dat de werknemer vanaf dag één recht krijgt op een transitievergoeding, maar volstrekt onaanvaardbaar en niet in verhouding vinden wij de veel grotere versobering van de ontslagvergoeding voor werknemers met een dienstverband langer dan 10 jaar.

Ik geef slechts één voorbeeld. Een werknemer met een bruto maandsalaris van € 2750,-, 58 jaar oud wordt ontslagen na een dienstverband van 40 jaar. Volgens de oude Kantonrechtersformule zou hij bij ontslag € 108.625,- ontvangen. Sinds de Wwz is dat verlaagd tot  € 50.416,67.  Na invoering van de  WAB wordt dit: € 36.666,67. Een verlaging met ruim tweederde! Dat is een regelrechte uitnodiging om sneller afscheid te nemen van oudere werknemers! Onverteerbaar. Wij noemde het eerder al deze vergoeding is vaak nodig om het pensioengat dat ontstaat door ontslag te repareren of om de terugval in inkomen te overbruggen. De simpele gedachte van deze minister dat men weer snel aan het werk is blijft voor 50plussers te vaak een illusie. Nu kunnen werkgevers makkelijk de lasten overhevelen op de maatschappij. Wij steunen dan ook het amendement van collega Van Kent onder nr. 18 om de verhoogde opbouw van de transitievergoeding voor dienstverbanden langer dan tien jaar onverkort te handhaven. 

De mogelijkheid om extra scholingskosten in mindering te mogen brengen op de transitievergoeding vindt 50PLUS geen goede maatregel. Hierdoor ontstaat onvermijdelijk een spanning tussen scholing vooral in belang van het bedrijf, en scholing in het belang van de werknemer, scholing gericht vooral op duurzame inzetbaarheid, en arbeidsmobiliteit. Ook wijzen wij er op dat bovendien vaak al afspraken in cao’s bestaan over persoonlijke ontwikkelingsbudgetten en andere scholingsbudgetten. Vaak is daarvoor al loonruimte ingeleverd. Kan de minister de voorgestelde  verruiming uitleggen?

Onderbouwing van de verruiming van de proeftijd naar 5 maanden is niet overtuigend en gebaseerd op ‘signalen’, niet op degelijk onderzoek. Welk knelpunt wordt hiermee opgelost? Wel wordt weer nieuwe onzekerheid voor werknemers gecreëerd. Allerminst is zeker dat hierdoor méér vaste contracten zullen ontstaan. De kans dat arbeidsmobiliteit juist beperkt wordt is groot. De verruimde proeftijd kan ook een vorm van verkapt ‘goedkoop tijdelijk werk’ met minimale arbeidsbescherming worden. 50PLUS steunt het amendement van Collega Smeulders op nr. 7 om de verruiming van de proeftijd niet door te laten gaan. Heeft de minister dit artikel opgevoerd om later als wisselgeld genereus weer weg te geven, het dient immers geen enkel doel!

Premiedifferentiatie

Als laatste onderwerp de nieuwe premiesystematiek, waarbij een hoge WW-premie wordt geheven op flexibele contracten en een lagere WW-premie voor vaste contracten.  

Deze maatregel past in het streven flexibele arbeid duurder en vaste arbeid goedkoper en aantrekkelijker te maken. 50PLUS ziet deze systematiek als een eerste beperkte, maar toch belangrijke stap. Wel vinden wij dat dit reguliere zorgdiensten, zoals bereikbaarheids- en slaapdiensten niet mag raken. Verder hebben wij het commentaar van Cedris gelezen die aandacht vraagt voor dupering van kwetsbare werknemers.

Maar er is nog meer nodig. Er bestaat een groter en veel breder prijsverschil tussen flexibele krachten en vaste krachten dan alléén de kosten van WW. Het verschil in inkomen tussen een vaste en flexibele werknemer bedraagt volgens het CBS circa 35%. Het voorgestelde verschil van 5 procentpunt in premie heft dus een klein stukje van het grote kostenverschil vast-flex op.

50PLUS heeft ernstige twijfel of deze prikkel werkelijk effectief zal zijn. Flexibele arbeid, die bovendien goedkoop is blijft voorlopig  via (schijn)zelfstandigheid volop mogelijk. Voor een nieuwe Balans is een waterdichte oplossing van het zzp’vraagstuk – ook fiscaal -  essentieel. Maar dat is nog verre toekomstmuziek.

50PLUS vindt dat spoedig een belangrijke vervolgstap genomen moet worden waardoor óók een meer gelijk arbeidsvoorwaardelijk speelveld kan ontstaan voor zzp’ers en werknemers in loondienst: er moet een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle werkenden komen, alsmede een pensioenplicht voor zzp’ers, ja voor alle werkenden. Kan de minister ons uitleggen wat daar tegen is?

Er komt nog een AmvB om te verduidelijken wanneer sprake moet zijn van een hoge of een lage premie WW. Graag een grondige toelichting. Hoe komt deze AmvB tot stand, wie is of wordt daarbij betrokken? Heeft de Kamer hier nog invloed op?

Samenvattend en tot besluit. Door de WAB wordt onevenwichtigheid op de arbeidsmarkt op sommige punten verkleind, maar op andere punten weer vergroot. Per saldo pakken maatregelen niet goed uit voor werknemers en zeker niet voor oudere werknemers. ‘Oud zit fout’ bij dit kabinet. Dat is wel duidelijk. Sterker nog ze worden gediscrimineerd omdat er geen rekening wordt gehouden met hun zwakkere positie op de arbeidsmarkt en hun baankansen. Een realistische transitievergoeding om een pensioengat te dichten wordt hen onthouden. Wij hebben het al eerder gezegd en blijven het herhalen: Dit kabinet geeft ouderen een financiële trap na.”

© 31 januari 2019