Martin van RooijenDe inbreng van Martin van Rooijen (foto) bij het algemeen overleg Pensioenonderwerpen met minister Koolmees (D66) van Financiën:

“In zijn brief bouwt de minister zijn voorstellen op de constatering dat het huidige stelsel niet houdbaar is. Hij verwijst daarbij naar de commentaren vanuit de SER, de Tweede Kamer en uit de maatschappij.

Zijn argumenten laten zich eenvoudig samenvatten: het huidige stelsel is niet aangepast aan de veranderingen in de arbeidsmarkt, het biedt onvoldoende keuzemogelijkheden en het heeft als centraal probleem dat het spanningen oproept onder generaties. De belangrijkste grond om iets te veranderen aan het stelsel noemt de minister niet: het voorkomen van kortingen en het herstellen van de indexatie.

De wet vertoont verschillende anomalieën. De wet vraagt bijvoorbeeld om een evenwichtige belangenafweging maar staat tegelijkertijd toe dat door het instrument van de premiedemping via verwacht rendement, langdurig vermogen wordt onttrokken aan de reserves om tekorten bij de inkoop van aanspraken af te dekken. En bovendien staat de wet en regelgeving toe dat de gezondheid van het vermogen niet zozeer bepaald wordt door de betaalde premies en de rendementen daarop, maar door de manipulaties van de Europese Centrale Bank. Daar komt nog bij dat ‘de toekomstige mogelijke rechten van niet-deelnemers’ moeten worden beschermd door hen te zijner tijd te laten instromen in een fonds met voldoende eigen vermogen. Klinkt mooi natuurlijk. Maar de wet eist dat in de premie ook een BIJDRAGE aan het eigen vermogen is inbegrepen.

Deze zaken leggen pensioenfondsen lam en dwingen tot niet-indexeren of korten, terwijl objectief gesproken door de deelnemers premie is ingelegd die voldoende heeft gerendeerd. Wij hebben 1400 miljard bijeen gespaard. Als daar gemiddeld 3% rendement op wordt gemaakt dan komt er al meer dan 40 miljard binnen. Dat is al meer dan de kosten van alle pensioenuitkeringen in 2018. Maar in werkelijkheid hebben de fondsen over de afgelopen 20 jaar niet 3% maar gemiddeld 7% rendement gemaakt en ook nog gewoon dik 30 miljard per jaar premies ontvangen. De fondsen puilen uit ja. Nergens ter wereld zoals in Nederland. In dat land moet zogenaamd het stelsel aangepast worden omdat er niet genoeg is gespaard om te indexeren; ja, er is zelfs zo weinig gespaard dat voor 60% van de deelnemers kortingen dreigen.

Maar de brief van de minister gaat niet over de mogelijkheden van ons stelsel. Slechts over de onmogelijkheden. Ik wil mij vandaag verder  beperken tot 4 hoofdzaken:

• Rekenrente

Ten eerste. De brief gaat niet over de rekenrente. Dat blijft een no-go area voor kabinet en groot deel van de Kamer. De RTS blijft in beton gegoten. De brief behandelt niet het standpunt van de  minister en Knot dat bij zachtere aanspraken de rekenrente niet kan worden aangepast. Dat heeft een bom gelegd onder de - mede daardoor - mislukte onderhandelingen in november.

Tijdens de rondetafelconferentie, georganiseerd door 50PLUS in januari is door vrijwel alle sprekers kritiek geuit op het standpunt van DNB en van de minister.  De rekenrente is  het grootste probleem, de kern van de huidige problemen.

Voor de premies mag worden gerekend met het verwachte rendement. 50PLUS eist dat dit ook geldt voor de verplichtingen. Dat is consistent en consequent. Ook de Commissie Parameters mag niet kijken naar de risicovrije rente. Wel naar de Ultimate Forward Rate UFR voor de fondsen. Die moet  voor 50PLUS natuurlijk gelijk zijn aan die voor de verzekeraars.

• Gevolgen afschaffing doorsneepremiesystematiek

Ik vertel geen nieuws meer als ik stel dat het voor de 50PLUS-fractie onaanvaardbaar is dat gepensioneerden zouden moeten bijdragen aan de oplossing van de 60 - 100 miljard claim, die over het hek van de pensioenfondsen wordt gegooid als gevolg van de afschaffing van de doorsneeproblematiek. 50PLUS eist  met de bonden volledige en directe compensatie voor de gevolgen van deze megaclaim.

Volgens het kabinet zijn maar twee bronnen  beschikbaar voor compensatie, het tijdelijk inleggen van extra premie en het inzetten van de buffers. Voor sommige  oplossingen zullen wettelijke maatregelen worden getroffen zoals bij het inzetten  van fondsvermogen, dus de dekkingsgraad.
Wil de minister bevestigen dat het hier dus gaat om het  verlagen van dekkingsgraad met bijvoorbeeld 2%  zoals ook in het CBP rapport als optie wordt genoemd? Kan hij dan ook bevestigen dat gepensioneerden, waaraan immers een deel van het vermogen is toegewezen, moeten bijdragen?

Ik heb aangegeven dat voor 50PLUS deze herverdeling onaanvaardbaar is. Immers de gepensioneerden hebben 40 jaar actuarieel de volledige en juiste premie betaald en dan geeft het geen pas om  hun ingegane pensioenrecht te beperken door een bijdrage uit het fonds te eisen voor een probleem dat zich alleen afspeelt tussen jongere en oudere werkenden (bij een andere opbouw tijdens hun werkzame leven).

De minister heeft mij in het debat  over het mislukken van de onderhandelingen geantwoord dat het filosofisch onmogelijk is om  gepensioneerden niet te laten bijdragen aan de oplossing van de claim van 60 mld. Want het is een collectieve pot. Afgezien van de vraag wat de Minister hier bedoelt met ‘filosofisch’ doet zich de vraag voor of de Minister op de hoogte is van het feit dat het vermogen jaarlijks in het jaarverslag van een pensioenfonds wordt toebedeeld aan deelnemers, gewezen deelnemers en gepensioneerden. De collectieve pot is dus wel degelijk toebedeeld en dus kan de minister niet zeggen dat de pot van niemand is.

- Het CPB spreekt ook over een veel lagere indexatie voor de gepensioneerden dan voor oudere werknemers. Dat kan toch niet waar zijn? Dan verdampt nu al een deel van de beloofde indexatie.

- In het nieuwe contract wordt de toezegging zachter. Daarvoor in de plaats krijgt de deelnemer de ruimte om de gehele buffer te gebruiken voor indexatie, echter uitgesmeerd over tien jaar. Dat betekent toch dat 2% indexatie betekent dat een buffer van 20% is vereist? Dat is ongeveer net zo hoog als nu het geval is.

• Dubbele transitie

Een citaat uit de brief van appreciatie CPB-rapport. De minister schrijft dat een gelijktijdige overstap van het huidige uitkeringscontract naar contractvarianten met minder bufferopbouw voordelig uitpakt voor gepensioneerden oudere werknemers. Ook zonder een compensatie. Zij hebben baat bij  minder of geen bufferopbouw in een nieuw contract. Zij profiteren omdat financiële meevallers zonder buffer eerder tot een hoger pensioen leiden. Voor jongere en toekomstige  deelnemers  zijn die contracten met minder of geen buffer nadelig omdat er naar verwachting minder vermogen achterblijft in het fonds.

Dat is een schandelijke redenering. De minister vindt het blijkbaar te rechtvaardigen dat die indexatie dan weer mag worden beperkt en afgepakt, vanwege de al besloten afschaffing  van de doorsneepremie. Dat is het paard van Troje van de zogenaamde dubbele transitie. Zo worden gepensioneerden ook in het nieuwe stelsel wettelijk van hun rechten beroofd: onteigend. We gaan naar Straatsburg EVRM en Luxemburg. Conclusie: in nieuwe stelsel ook geen indexatie.

• AOW-leeftijd

Ik zal er ultrakort over zijn: Met de bonden zijn wij voorstander van bevriezing van de AOW-leeftijd en wij willen nu al een besluit over een andere koppeling aan de levensverwachting." 

© 5 januari 2019