“Het is altijd beter gevraagd te worden dan met de hoed in de hand aan de poortdeur te rammelen. Je moet het strategisch bekijken. Wilders, Forum en Denk worden door de coalitiepartijen uitgesloten. Die zullen op een gegeven moment een andere, redelijke partij nodig hebben. Op dat moment moet je zeggen: jongens, als jullie wat willen, kom maar.”

Dat antwoord geeft 50PLUS-Eerste Kamerlid Jan Nagel in een interview in de Volkskrant op de vraag of hij 50PLUS ziet als een partij die ooit kan meeregeren. Ook zegt hij dat als hij de helft van de invloed zou hebben die hem wordt toegedicht, 50PLUS er anders zou uitzien. “Ik kan in alle bescheidenheid zeggen dat ik veel en veel meer ervaring heb, en op sommige punten ook behendigheid en stuurmanskunst, dan de meeste mensen die nu in 50PLUS naar boven komen. Ik kan soms mensen helpen. Zoals een Formule 1-coureur die een circuit al twintig keer heeft gereden de anderen kan uitleggen hoe je een bocht neemt.”

De Volkskrant constateert dat als straks, in mei, de deur van de Eerste Kamer achter Senator Nagel dichtvalt, dat het einde van een actief politiek leven van zo’n beetje zestig jaar betekent. De krant schrijft ook: “Er zijn er meer die een leven lang politiek actief blijven. Maar Nagel is de enige politiek ondernemer van Nederland. Altijd op zoek naar de kiezer. Met 50PLUS bouwde hij dan eindelijk aan een partij die niet bij de eerste – of de tweede, of derde – stammenstrijd uit elkaar spat.”

In het grote vraaggesprek met de Volkskrant merkt Nagel, die in juni 80 jaar wordt, ook op: “Een partij is geen doel op zich, maar een middel. Als er straks een partij is die nog beter dan 50PLUS de pensioenen verdedigt, dan zeg ik: graag.”

Op de vraag van de interviewers wat hij vond van de verkiezingsuitslag voor 50PLUS bij de Provinciale Statenverkiezingen antwoordt Nagel: ‘Ik behoor niet tot degenen die elke uitslag als een overwinning willen bestempelen, maar in het grote geweld van Forum heeft 50PLUS zich staande weten te houden en is de partij in stemmenaantal gegroeid. We zijn voor het eerst in alle Provinciale Staten gekomen. Het gaat langzaam. Maar dat ging in de eerste tien jaar ook zo bij de SP en de Partij voor de Dieren.”

Wat heeft hem al die jaren bezield, wat dreef hem? Hoe oordeelt hij zelf over wat hij bereikt heeft, en over het beeld dat van hem is ontstaan: de politiek strateeg die altijd een paar zetten vooruit denkt en eerder dan anderen mogelijkheden en persoonlijke kwaliteiten herkent, maar ook de Machiavelli van het Binnenhof, die achter de schermen aan touwtjes trekt? En wat vindt hij van de Nederlandse politiek, hoe ligt die er nu bij? Dat is wat de verslaggevers van de Volkskrant van Jan Nagel wilden weten.

Hieronder een opsomming van een reeks uitspraken die Nagel in het interview deed. 

“Ik mag rustig claimen dat ik m’n steentje heb bijgedragen aan het opkrikken van de Nederlandse politiek.”

“Met Nieuw Links hebben we gezorgd dat de PvdA in beweging kwam. En in de tijd van Fortuyn zag je dat de mensen iets te vertellen willen hebben. De partijen die opkomen voor directe democratie – Forum voor Democratie, PVV, 50PLUS – komen nu naar voren.”

“In mijn ogen is het Nederlandse parlement poeslief.”

“Ik denk dat Jan Nagel gewoon heel vaak zijn mening onomwonden heeft gegeven. Dat hoort bij de rol die je dan speelt.” (Antwoord op de opmerking van de interviewers dat het beeld dat blijft hangen is: waar Jan Nagel verschijnt, is er gedoe).

“Die discussie wil ik wel apart voeren, want dat is gewoon niet waar.” (Op de opmerking van de krant dat ouderen de rijkste bevolkingsgroep van het land vormen).

“Als je de 65-jarige neemt van tien jaar geleden, en de nu 75-jarige, dan is-ie erop achteruitgegaan, omdat-ie tien jaar lang niet geïndexeerd is. Je moet dezelfde personen vergelijken. En dus niet de 65-jarige van toen met die van nu.”

“Toen was ik blond en nu ben ik grijs. Maar je bent al die tijd dezelfde persoon gebleven: toen kwam ik op voor mensen die onrecht werd aangedaan, en nu nog steeds. Op een gegeven moment merkte ik dat de ouderen bijna niet meer meetellen.” (Antwoord op de opmerking: toen hij jong was, kwam hij op voor de belangen van de jongeren. Nu hij oud is, voor de ouderen.”

“Ik zeg jullie heel eerlijk, ik heb over de pensioenen en wat dies meer zij tot een bepaalde leeftijd nooit nagedacht. Ik werd er zelf niet mee geconfronteerd, maar het speelde ook niet. De pensioenen werden keurig netjes geïndexeerd. (Slaat met de vuist op tafel) Er dreigen nu grote kortingen. Volstrekt onnodig, volgens de pensioendirecteuren.”

“Ik vond dat de politieke vernieuwing was vastgelopen. Voor de traditionele partijen is dat zeer bedenkelijk, bij de komende Eerste Kamerverkiezingen zijn die hun meerderheid van één zetel in de Eerste Kamer kwijt.” (Antwoord op de vraag waarom hij op zijn 70ste zo graag door wilde in de politiek).

“Als je je politieke standvastigheid blijft vertonen en tegen een heersende trend ingaat, kan dat wrijving geven. Dat mag toch in een politieke partij?”

“Mensen zeggen dat ik trouw ben in vriendschappen, een goed gevoel heb voor wat er leeft.”

 “Ik weet dat de onvrede over de traditionele partijen zó groot is, dat degene die daartegen in verzet komt, en directe democratie bepleit, een kans krijgt van de kiezer.” (Antwoord op de vraag hoe hij aankijkt naar de opkomst van als iemand als Baudet).

“Jongeren werden niet gehoord door de politiek. Dat is een rode draad door mijn carrière: opkomen voor groepen die onderbedeeld worden.” (Antwoord op de opmerking van de verslaggevers dat hij in zijn prille PvdA-jaren vanuit het partijbestuur hamerde op meer aandacht voor de jongeren, die slecht betaald kregen en nauwelijks een woning konden vinden).

Het volledige interview met Jan Nagel is HIER te lezen.

© 19 april 2019