Computer toetsenbord Foto SXC

De meeste ouderen kunnen goed overweg met de computer. Dat blijkt uit onderzoek dat Maurice de Hond gedaan heeft in opdracht van 50PLUS.

De toenemende digitalisering is voor ouderen een duidelijk minder groot probleem dan gedacht wordt. Echte problemen om aansluiting te vinden geldt slechts voor een vrij kleine groep ouderen. Algemene maatregelen voor de hele groep op dit terrein lijken dan ook niet noodzakelijk te zijn, concludeert De Hond. In zijn rapportage schrijft hij dat het wel lijkt aan te bevelen dat de overheid voor alle Nederlanders – dus niet alleen ouderen - internet als

een noodzakelijke levensvoorwaarde definieert en zo nodig de helpende hand biedt als
huishoudens zich dit absoluut niet kunnen veroorloven.

Juist omdat veel ouderen wel over de technologie thuis beschikken, maar niet echt digitaal zijn opgegroeid, maken de ouderen minder makkelijk en minder goed gebruik van bepaalde
toepassingen, stelt De Hond vast.

“Enerzijds dient de overheid bij haar websites en toepassingen (invullen formulieren, downloaden van informatie) rekening te houden met de onervaren gebruikers. Zowel door het gebruik zo eenvoudig mogelijk te maken als uitgebreid instructies te geven (ook met voorbeeldvideo’s). Anderzijds zou er ook door de overheid een vorm van steun/subsidie
kunnen komen voor websites die speciaal voor de onervaren oudere internetgebruikers speciale instructiefilms maken voor het gebruik van de websites of andere toepassingen. Die zouden bijvoorbeeld ook op een speciale website kunnen worden gezet.”

De onderzoeker heeft ook vastgesteld dat het overgrote deel van de Nederlanders (zowel oud als jong) vindt dat de overheid haar communicatie ook analoog op een min of meer gelijkwaardige wijze moet blijven uitvoeren. De vraag is echter, merkt De Hond op, of dit over 5 tot 10 jaar nog steeds zo zal zijn.

De Hond schrijft in zijn rapport dat uit het jaarlijkse CBS-onderzoek naar de verspreiding van de personal computer en internet kan opgemaakt worden dat inmiddels 96% van de Nederlanders tussen 18 en 75 jaar toegang tot internet heeft. Bij de Nederlanders tussen de 65 en 74 jaar is dit percentage inmiddels 81%, een verdubbeling sinds 2005. Deels wordt deze stijging veroorzaakt door demografische ontwikkelingen (als iemand in 2000 op 55-jarige leeftijd internet toegang kreeg valt hij nu in de groep 65-74 jaar). Deels wordt deze stijging veroorzaakt doordat in die periode veel personen tussen 65 en 74 jaar voor het eerst op internet gingen.

Cijfers voor de ruim 1 miljoen Nederlanders boven de 75 jaar zijn niet bekend. Ze zullen volgens De Hond duidelijk lager zijn dan de 81% van de groep 65-74, maar mede gezien de cijfers van deze groep uit 2005, neemt hij aan dat dit percentage de 50% al gepasseerd is.

“In de toekomst zullen deze percentages de 100 gaan naderen en zal er maar een heel klein deel van de Nederlanders overblijven die als bewuste keuze geen toegang tot internet heeft.
De gebruikscijfers wijzen erop dat ouderen ook op dit punt de ontwikkelingen in de rest van de bevolking op termijn volgen. Wel lijkt het erop dat het verschil bij ouderen ten opzicht van functionele activiteiten, zoals zoeken, email, internetbankieren, kleiner is dan bij activiteiten die meer ontspannend zijn, zoals spelletjes/muziek en chatten. Degenen die geen toegang tot internet hebben geven vooral als rede op dat men geen interesse heeft,
veel minder dan dat het financiële redenen zou hebben.”

Interessant is volgens Maurice de Hond dat desondanks toch veel mensen aangeven dat de toenemende digitalisering een groot probleem voor ouderen is. “Dat lijkt een beetje op het onderzoek waaruit blijkt dat een grote meerderheid vindt dat ouders hun kinderen niet goed opvoeden, maar dat slechts een klein deel van de ouders aangeeft dat ze hun eigen kinderen niet goed opvoeden.”

Bij overname van dit bericht door derden geldt de bronvermelding: onderzoek Maurice de Hond in opdracht van partij 50PLUS.




Wilt u op de hoogte blijven?

Close

Like ons dan op Facebook!